Welke geluidsmeter past bij mijn toepassing?

Welke geluidsmeter past bij mijn toepassing?

Welke geluidsmeter past bij mijn toepassing?

Je wilt een geluidsmeting gaan doen en bent op zoek naar een meetinstrument die geschikt is voor jouw specifieke toepassing. Wanneer gebruik je welk instrument en aan welke norm moet je voldoen? De apparatuur komt in allerlei soorten en maten, waardoor je door alle opties wel eens het overzicht kwijt zou kunnen raken. In dit artikel maken we een scheiding tussen verschillende meetinstrumenten en beschrijven we wat er vanuit de norm van jullie wordt verwacht.

Arbo-lawaai

Je bent van plan om de blootstelling van medewerkers te gaan meten volgens ISO:9612, hoe ga je te werk? Bij BaSystemen zien wij voornamelijk twee dingen voorbij komen, namelijk dosimetrie en geluidskaarten. Bij dosimetrie wordt gemeten met een dBadge 2 geluidsdosimeter. Dit is een kleine geluidsmeter met een klasse 2 microfoon die op de schouder bevestigd kan worden (het verschil met een klasse 1 microfoon leggen we verderop in dit artikel uit). Hierbij is de microfoon zo dicht mogelijk bij het oor om de blootstelling zo nauwkeurig mogelijk te bepalen. De dosimeter wordt gedurende een 8-urige werkdag gedragen om zo de totale blootstelling tijdens de werkzaamheden te bepalen. Erg geschikt bij het meten van werkzaamheden die elke dag soortgelijk zijn.

Bij werkzaamheden zonder vast patroon is het lastiger om een meting te doen die representatief is voor een ‘gemiddelde werkdag’. We zien dat bedrijven in dit geval vaak geluidskaarten maken. Hierbij wordt met een Klasse 2 geluidsmeter op verschillende plekken van de locatie gemeten om een beeld te schetsen wat het geluidsniveau in een bepaald gebied is. Zo wordt bepaald in welke gebieden gehoorbescherming gedragen moet worden.

Een bijzondere toepassing is schietlawaai. Dit kunnen schietbanen met draagbare projectielwapens zijn of bijvoorbeeld artillerie. Hierbij is het bereik van de geluidsmeter vaak de bottleneck. Meestal stopt het bereik bij 143,5 dB. Een oplossing hiervoor zou een high-range microfoon zijn met een bereik tot 165 dB.

 

Geluidshinder (milieu metingen)


Zoals hierboven genoemd zijn Arbo geluidsmetingen gericht op het beschermen van personeel tegen schadelijk lawaai. Milieumetingen daarentegen, zijn gericht op het meten van hinderlijk geluid. Dit hoeft dus niet direct schadelijk te zijn voor de mensen die hieraan worden blootgesteld, maar kan zeker wel als vervelend worden ervaren. Denk aan snelwegen, luchtverkeer, festivals of bijvoorbeeld een fabriek in een woonomgeving.

In een groot deel van deze toepassingen wordt vereist een meetinstrument met klasse 1 microfoon te gebruiken. Bijvoorbeeld ISO:20906:2009 ‘Unattended monitoring of aircraft sound in the vicinity of airports’ stelt dat moet worden gemeten een meetinstrument die voldoet aan de elektroakoestische specificaties conform IEC 61672-1 voor een klasse 1 geluidsmeter.

Geschikt hiervoor is de Guardian 2 omgevingsmonitor die haar data direct naar het internet stuurt en overal ter wereld kan worden gecheckt. Een handzamere optie is de Klasse 1 geluidsmeter.

 

Ultrasoon geluid


Een vreemde eend in de bijt is ultrasoon geluid. Hierbij gaat het om frequenties die wij mensen niet kunnen horen. Bijvoorbeeld een lekkend pijpleiding waar lucht onder hoge druk vrijkomt. Dit kan gedetecteerd worden met een ultrasone lekdetector. Hierbij staat gehoorschade of hinder dus niet centraal, maar het ontsnappen van grond- of afvalstoffen.

Nog steeds twijfels over het juiste instrument voor jouw toepassing, of andere vragen gerelateerd aan dit artikel? Bel met onze specialisten:

Algemene beoordeling:

Wat is een PID meter?

Wat is een PID meter?

Wat is een PID meter?

Wat is een PID meter? In dit artikel geven we antwoord op deze vraag en leggen we uit hoe een PID meter werkt. Met een Photo Ionisatie Detector kan een grote reeks aan Vluchtige Organische Componenten (VOC) gemeten worden. Met Vluchtige Organische Stoffen (VOS) wordt doorgaans hetzelfde bedoeld. Gassen zoals benzeen, tolueen, xyleen en vinylchloride zijn voorbeelden van VOC/VOS. In de basis kunnen VOC’s herkend worden door de aanwezigheid van koolstof (C) en waterstof (H) elementen in hun chemische structuur. (meer…)

Welk man down systeem werkt nou het best?

Welk man down systeem werkt nou het best?

Welk man down systeem werkt nou het best?

Vandaag de dag werkt men steeds meer en meer alleen. Door continue verbetering van processen, zowel organisatorisch als technisch, is het steeds minder vaak nodig om met meerdere personen een taak uit te voeren. Bedrijven kunnen door deze innovaties excelleren door efficiënter om te kunnen gaan met hun workforce. Met dezelfde hoeveelheid werknemers kan namelijk meer werk gedaan worden. Echter introduceert deze positieve ontwikkeling ook een mogelijk arbeidsrisico, namelijk het toenemen van solitair werken. In dit artikel bespreken we de ins en outs van het alleen werken en wat je als werkgever kunt doen om toch veilig om te kunnen gaan met deze situatie.

Wat is alleen werken?

Er is sprake van alleen werken als een werknemer buiten het gezichtsveld en/of de gehoorsafstand van anderen werkt. Alleen werken komt in meer situaties voor dan je in eerste instantie zou denken. Het is hierbij van belang om te kijken naar de mogelijke risico’s waaraan de alleenwerker tijdens werkzaamheden wordt blootgesteld. Als werkgever is het verstandig alleen werken op te nemen in Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E). Op deze manier kan er systematisch worden gekeken naar de risico’s en de bijbehorende maatregelen.

Er wordt in ieder geval een hoop aandacht gegeven aan alleen werken, bijvoorbeeld door Inspectie SZW (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Zij geven aan dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers op eenpersoonsposten.

Waar wordt er zoal alleen gewerkt?

Er zijn talloze situaties te benoemen waar er mogelijk alleen gewerkt wordt. We noemen er hier een aantal:

  • Operators en monteurs in productieomgevingen.
  • Medewerkers van de bedrijfsbeveiliging.
  • Magazijnmedewerkers.
  • Ziekenhuismedewerkers.
  • Werknemers die alleen op een bouwplaats zijn.
  • (Arbeids)Inspecteurs.
  • Drinkwaterbedrijven en waterzuiveringen.
  • Werknemers van (tank)terminals waar gevaarlijke stoffen opgeslagen worden.
  • Telecom- en antennebedrijven waar op hoogte wordt gewerkt.
  • Windmolen-industrie.

Is een man down systeem verplicht?

Dan de hamvraag, is het toepassen van een man down systeem verplicht? Nee, dat is het niet. We adviseren altijd om volgens de arbeidshygiënische strategie te werk te gaan, en dat begint bij bronaanpak. Het is belangrijk om eerst alle opties bij langs te gaan alvorens over te gaan op het aankopen van slimme persoonsalarmering. Echter zien we in de praktijk dat het niet altijd even makkelijk is om voor bepaalde risicovolle activiteiten een tweede werknemer vrij te spelen, of het risico (gevaarlijke stoffen, explosiegevaar,  elektriciteit, hoge druk, hoge temperatuur, valgevaar etc.) te elimineren. Dit is één van de redenen waarom veel bedrijven er wel voor kiezen om te investeren in goed werkend man down systeem. Mocht uw collega de term omvalbeveiliging gebruiken heeft hij of zij het hoogstwaarschijnlijk over hetzelfde.

Wel of geen man down app gebruiken?

We zien dat softwarebedrijven zich nu ook bezig gaan houden de veiligheid van alleenwerkers. De toename van beschikbare apps binnen de appstore van Android (Google) of iOS (Apple) is niet meer bij te houden. We krijgen als specialist in meetinstrumenten voor arbo, milieu en veiligheid dan ook geregeld de vraag of een man down app geschikt is. Ons antwoord: dit hangt er helemaal vanaf. Wij geloven dat man down apps bijvoorbeeld erg geschikt zijn voor de minder risicovolle situaties waarin men alleen werkt.

Voor meer risicovolle situaties zijn er verschillende redenen om geen app te gebruiken:

  • Een man down app die continu gebruik maakt van GPS voor locatiebepaling heeft een grote belasting op de accu van een smartphone, zeker als deze de gehele werkdag aan staat. En als de telefoon leeg is, wat dan?
  • In situaties waarbij explosieveilige (ATEX) apparatuur benodigd is. Er zijn enkele ATEX smartphones op de markt, echter erg kostbaar en ook hier geldt het eerder genoemde punt voor wat betreft accuduur.
  • Een gebruikte smartphone is veelal uitgerust met een SIM-kaart van één provider zoals Vodafone, T-Mobile of KPN. Als er veel buiten in het veld alleen gewerkt wordt kan het zijn dat er op een bepaalde plek slecht bereik is met de ene provider, en een beter bereik met de ander.
  • Robuustheid. Een smartphone is vaak niet zo robuust en daarom niet geschikt voor zware werkzaamheden. Wat als het toestel valt?
  • Waterbestendigheid. De meeste smartphones zijn niet waterbestendig en daardoor niet geschikt voor toepassingen waarbij men mogelijk in aanraking komt met water. Alleen de meest dure (flagship) toestellen van Samsung en Apple zijn waterbestendig.
  • Noodknop. In geval van een calamiteit wil je snel kunnen handelen en zelf alarm kunnen slaan. Dan is een smartphone met een touchscreen niet zo handig..

Tegenwoordig zijn er robuuste en betrouwbare man down systemen die voorzien zijn van een omvalbeveiliging, mobiele communicatie en locatiebepaling. Hieronder meer!

(Slimme) technologie

Tegenwoordig hebben fabrikanten van man down systemen de beschikbaarheid uit vele technologieën die een man down systeem betrouwbaar maakt. Een ATEX certificering geeft aan dat een product intrinsiek veilig is. Het begrip ATEX omvat alle situaties waar er een kans bestaat op gas- en stofontploffingsgevaar. ATEX is een afkorting van de Franse woorden ATmosphere EXplosible uit de Europese richtlijnen van explosieveiligheid.Met een ATEX gecertificeerd man down systeem ben je ervan verzekerd dat de gebruikte persoonsalarmering geen ontstekingsbron kan zijn voor een gas- of stofexplosie. Controleer altijd even of de certificering (zones) toereikend is voor de situatie.

Met een GPS/GNSS module wordt de locatie van de alleenwerker nauwkeurig bepaalt. Dit is erg handig in geval van calamiteit, zodat de alarmopvolgers de persoon in nood ook snel en adequaat kunnen lokaliseren. Let wel, locatiebepaling op basis van GPS/GNSS werkt alleen betrouwbaar als er buiten alleen wordt gewerkt! Voor inpandige toepassingen bestaan zogenaamde beacons. Beacons zijn indoor locatie bakens die je overal door een gebouw kunt plaatsen. Elke beacon is voorzien van een eigen identificatie en ingestelde locatie, waardoor er in geval van een calamiteit via het man down systeem de dichtstbijzijnde beacon mee wordt gerapporteerd.

Met multi-roaming SIM-kaarten is het eerder genoemde nadeel van afhankelijkheid van één telecomprovider opgelost. Speciale SIM-kaarten die worden gebruikt in onze man down systemen hebben de mogelijkheid om overal ter wereld het sterkste mobiele netwerk te selecteren. Hierdoor worden situaties waarbij er geen tot slecht bereik is geminimaliseerd.

Blackline Safety G7c

De Blackline Safety G7c is het meest complete man down systeem dat momenteel beschikbaar is op de markt. Het is een alles-in-1 persoonlijke monitor voorzien van slimme persoonsalarmering op basis van valdetectie, bewegingsdetectie, noodhendel en meer. Ook beschikt de Blackline Safety G7c over een multi-roaming SIM-kaart die werkt over de gehele wereld. Een ATEX zone 0 certificering maakt dat het toestel in alle situaties gebruikt kan worden. Een IP65 rating zorgt voor een adequate spatwaterdichtheid. Optionele gasdetectiesensoren maken het dragen van meerdere apparaten overbodig. Een gasdetector, man down systeem en portofoon in 1. Want de G7c is ook voorzien van push-to-talk, een functie om tussen de gebruikers met een druk op de knop (als een portofoon) te communiceren.

TWIG Embody

De TWIG Embody is het meest compacte man down systeem van een gerenommeerd merk. TWIG is een Finse fabrikant van slimme persoonsalarmering en heeft met de TWIG Embody een oplossing voor vrijwel elke toepassing waarin er alleen gewerkt wordt. De Embody is IP67 spatwaterdicht en beschikt net als de G7c over meerdere omvalbeveiliging-functies zoals valdetectie, bewegingsdetectie en een noodknop. De TWIG Embody is zo klein dat deze op verschillende manieren te dragen is, bijvoorbeeld aan de pols als een horloge, aan een badgehouder om de nek, aan de broek met een karabijnhaak of clip om aan de jas of broekzak te bevestigen.

Voor meer informatie over één van deze man down systemen, neem contact met ons op!

Elektromagnetische velden meten

Elektromagnetische velden meten

Elektromagnetische velden meten

Door de opkomst van nieuwe communicatietechnologieën krijgen wij steeds vaker vragen over elektromagnetische velden. Tevens komen we door wetenschappelijk onderzoek steeds meer te weten over de effecten van blootstelling aan dit fenomeen. In deze blog leggen we je uit wat elektromagnetische velden zijn, en hoe je deze betrouwbaar kunt meten!

Wat zijn elektromagnetische velden?

Tegenwoordig vind je elektromagnetische velden overal. Overal waar sprake is van elektrische stroom of zendsignalen ontstaan elektromagnetische velden. Elektromagnetische velden wordt in de volksmond ook wel elektromagnetische straling genoemd.

Een elektromagnetisch veld bestaat uit een elektrisch veld en een magnetisch veld. Elektrische velden ontstaan bij de productie, het transport of het gebruik van elektriciteit. De elektrische veldsterkte wordt uitgedrukt in Volt per meter (V/m). Een magnetisch veld ontstaat als er daadwerkelijk een elektrische stroom loopt. Een bekend voorbeeld om dit toe te lichten is die van de lamp. Als een lamp aangesloten is op het stopcontact is er sprake van een elektrisch veld. Als de lamp aangezet wordt en brandt, ontstaat er ook nog een magnetisch veld. De magnetische veldsterkte wordt hoofdzakelijk uitgedrukt in microTesla (uT), een miljoenste deel van een Tesla.

Zijn elektromagnetische velden gevaarlijk?

Om antwoord te kunnen geven op de vraag of elektromagnetische straling gevaarlijk is, kunnen we het beste verwijzen naar de ICNIRP, the International Commission for Non-Ionizing Radiation Protection. ICNIRP is een onafhankelijke organisatie die wetenschappelijk advies geeft op het gebied van gezondheidskundige en milieukundige effecten van non-ioniserende straling. Elektromagnetische straling valt binnen deze categorie. ICNIRP geeft advies op het limiteren van blootstelling door grenswaarden en artikelen te publiceren die gebruikt worden door internationale instanties zoals de WHO (World Health Organization). ICNIRP is onafhankelijk van commerciële en politieke belangen en is hiermee een pure kennisbron binnen dit vakgebied.

Het feit dat er grenswaarden opgesteld zijn voor elektromagnetische velden geeft aan dat er sprake kan zijn van ‘teveel’. Wat te veel elektromagnetische straling is, verschilt echter per frequentie. De frequentie zegt iets over het aantal richtingswisselingen per seconde in het geval van wisselstroom (AC), en wordt uitgedrukt in Hertz (Hz). Gelijkstroom (DC) is dan ook 0 Hz.
Per bron van elektromagnetische velden (bijvoorbeeld een lasapparaat, een MRI scanner of een antenne) is de frequentie anders. ICNIRP heeft dan ook een grenswaardes gedefinieerd per frequentie. Lage frequenties (bijvoorbeeld hoogspanningslijnen), kunnen zintuigen of zenuwen prikkelen bij overmatige blootstelling. Hoge frequenties (zoals die van zendmasten) kunnen het menselijk lichaam (of delen ervan) opwarmen. Dit noemen we de directe effecten bij blootstelling aan elektromagnetische velden. Momenteel wordt er door wetenschappers onderzocht of langdurige blootstelling ook nog tot andere gezondheidseffecten kunnen komen.

Meten van elektromagnetische velden verplicht?

Het korte antwoord: JA! Op 1 juli 2016 is de Europese Richtlijn genaamd 2013/35/EU van kracht geworden. Dit betekent dat alle lidstaten van de Europese Unie hieraan dienen te voldoen. In de 2013/35/EU richtlijn staan de minimumvoorschriften beschreven inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van elektromagnetische velden.

Met de komst van de 2013/35/EU richtlijn zijn ook nieuwe grenswaardes (ook wel actiewaardes genoemd) gedefinieerd, die verschillen van datgene wat ICNIRP voorschrijft. Voor landen binnen de Europese Unie dient de 2013/35/EU te worden toegepast bij de beoordeling van blootstelling op de arbeidsplaats.

Heel letterlijk genomen is meten niet verplicht, het inventariseren en beoordelen van de blootstelling daarintegen wel. Er zijn alternatieven zoals het theoretisch bepalen van blootstelling, maar dit blijkt nog zeer complex te zijn. Meten geeft vrij gemakkelijk inzicht en geeft de beoordelaar (een veiligheidskundig of gezondheidskundig consultant) een beter ‘gevoel’ van de situatie. Het enige wat belangrijk is, is dat de juiste meetapparatuur wordt gebruikt die conformeert aan de genoemde standaarden.

Link naar de Europese Richtlijn

Wavecontrol SMP2 Alles-in-1 Veldsterktemeter

Wavecontrol is een Spaanse fabrikant van veldsterktemeters die ontwikkeld zijn om blootstelling aan elektromagnetische velden in kaart te brengen. De SMP2 is een handzaam meetinstrument die met behulp van diverse probes in staat is om de veldsterktes te meten van 0 Hz (DC) tot wel 40 GHz. Zowel de 2013/35/EU en ICNIRP grenswaarden zijn ingebouwd in de firmware van het meetapparaat, wat betekent dat de gebruiker direct kan toetsen aan de gestelde grenswaarden. Dit is zeer prettig, aangezien de grenswaarde per frequentie verschilt. De SMP2 beschikt over een datalogger en software om rapportages te genereren uit de gemeten data. BaSystemen is de trotse partner van Wavecontrol voor de Nederlandse markt en hoopt hiermee bij te kunnen dragen aan een veilige en gezonde werkomgeving.

Face fit testen? Hoe werkt dat?

Face fit testen? Hoe werkt dat?

Face fit testen? Hoe werkt dat?

Beginnen met face fit testen? In dit artikel leggen we je uit hoe dat precies in zijn werk gaat. Ook geven we je een aantal handige tips mee om het face fit testen nog makkelijker te maken.

Wat is een face fit test?

Face fit testen is het testen van de pasvorm van een specifiek masker op het gezicht van de drager van het adembeschermingsmiddel. Elk gezicht is anders, dus het is niet zomaar aan te nemen dat één type masker goed past op het gelaat van elk van uw medewerkers. Het zekerstellen van de juiste ‘fit’ is uitermate belangrijk voor de bescherming van uw medewerkers. Het dragen van een adembeschermingsmiddel doe je namelijk niet zonder reden, maar om mogelijk aanwezige blootstelling tot een minimum te reduceren.

Er zijn verschillende adembeschermingsmiddelen op de markt, zoals wegwerpmaskers (uitgedrukt in FFP1, FFP2 of FFP3 beschermingsklasse), halfgelaatsmaskers en volgelaatsmaskers. Ook CBRN (militaire) gasmaskers, PAPR’s (Powered Air-Purifying Respirators) en SCBA’s (Self-Contained Breathing Apparatus) zijn vormen van ademhalingsbescherming waarbij de adequate pasvorm essentieel is.

Is face fit testen verplicht?

Face fit testen is in Nederland anno 2019 enkel verplicht in de asbestsector. Dat wil zeggen, elke professional die in aanraking komen met asbest bij inspectie en/of sanering en ademhalingsbescherming draagt, dient een face fit test te ondergaan. De Stichting Ascert voert op basis van een convenant met het Ministerie van SZW een aantal taken uit in het werkveld asbest. Een van hun taken is het toezien op het uitvoeren van face fit testen. Bij dragers van volgelaatsmaskers is het de verplichting om jaarlijks te face fit testen.

Ook in andere sectoren is face fit testen steeds belangrijker aan het worden. Bedrijven in de Olie & Gas en Chemie nemen hierin veelal het voortouw. Ook brandweer Nederland is zich bewust van de noodzaak van face fit testing. Internationaal wordt bevestigd dat dit één van de belangrijkste aspecten is binnen het adembeschermingsbeleid van bedrijven. De Occupational Health & Safety Administration (OSHA), de Health & Safety Executive (HSE) en Centers for Disease Control and Prevention (CDC) zijn het hier unaniem over eens. In onder andere de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is face fit testen een verplichting voor elke gebruiker van adembescherming!

Kwantitatief of kwalitatief face fit testen?

Face fit testen kan zowel kwalitatief als kwantitatief. Volgens het HSE 282/28 (meest toegepaste face fit test protocol in Nederland) is kwantitatief face fittesten verplicht voor alles behalve wegwerpmaskers. Dient er namelijk betere ademhalingsbescherming gedragen te worden, is de juiste pasvorm nog belangrijker! Kwalitatief face fit testen gebeurt middels een subjectieve proef waarbij de testpersoon dient aan te geven of hij of zij het testmiddel (bijvoorbeeld een zoetstof) kan proeven terwijl het masker gedragen wordt. Kwantitatief face fit testen gebeurt door een objectieve methode, namelijk het meten van het aantal partikels buiten het masker versus het aantal partikels binnen het masker. Door deze twee hoeveelheden door elkaar te delen ontstaat een zogenaamde Fit Factor. Een verhouding die kwantificeert hoe goed de pasvorm daadwerkelijk is voor de specifieke combinatie persoon X + masker X. Hoe hoger de Fit Factor hoe beter. Het HSE 282/28 protocol schrijft een minimale Fit Factor van 100 voor, bij gebruik van wegwerpmaskers en halfgelaatsmasker. Alle beter beschermende middelen zoals een volgelaatsmasker en SCBA, dienen een minimale Fit Factor van 2000 te behalen.

Het HSE 282/28 protocol schrijft een gestandaardiseerde face fit test voor. Een officiële face fit test bestaat uit zeven activiteiten, die voor kunnen komen tijdens een werkdag. Normaal en diep ademen, hoofd bewegen, praten maar ook het voorover buigen komt voor in de test. Op deze manier kan een zo eerlijk mogelijk beeld worden verkregen van de Fit Factor.

AccuFIT9000 Face Fit Tester

Met de AccuFIT9000 haalt u de meest moderne kwantitatieve fit tester in huis. Kwantitatief fit testen wordt voorgeschreven door onder andere NIOSH en OSHA. Het meetprincipe wat wordt gehanteerd staat bekend als CPC, ofwel Condensation Particle Counting. Internationaal wordt deze als de meest accurate en representatieve methode gezien. Het uitvoeren van een kwantitatieve fit test kan middels verschillende protocollen. De meest toegepaste in Europa is het zogenaamde HSE protocol (HSE 282/28). Ook wordt het OSHA protocol regelmatig gebruikt, met name door internationale bedrijven met komaf uit de Verenigde Staten. Wilt u meer weten over dit innovatieve meetinstrument? Neem dan contact met ons op, zodat onze specialisten u kunnen helpen!

Benzeen meten? Zo doe je dat!

Benzeen meten? Zo doe je dat!

Benzeen meten? Zo doe je dat!

Benzeen meten met het juiste meetinstrument? In dit artikel leggen we je uit hoe dat precies in zijn werk gaat. Ook geven we je een aantal handige tips mee om benzeen meten nog makkelijker te maken.

Wat is Benzeen?

Benzeen is een zogenaamde CMR stof. CMR staat voor Carcinogeen (kankerverwekkend), Mutageen (veranderingen in erfelijke eigenschappen inducerend) en Reprotoxisch (schadelijk voor de voortplanting of het nageslacht). De chemische formule van Benzeen is C6H6. Het staat bekend als één van de meest giftige aromatische koolwaterstoffen. Benzeen wordt veelal toegepast in de petrochemie als grondstof, maar ook tussenproduct voor bijvoorbeeld de productie van kunststoffen. Benzeen komt voor in oplosmiddelen en weekmakers, en is tevens vaak in grote mate aanwezig in aardgascondensaat.

Grenswaarde Benzeen

De grenswaarde voor benzeen is de afgelopen jaren flink aangescherpt. De meest recente wijziging heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2017. De grenswaarde voor benzeen is toen met een factor vijf verlaagd van 1 ppm (3.25 mg/m3) naar 0,2 ppm (0.7 mg/m3). Dit maakt benzeen één van de meest kritische stoffen in de industrie, met name de petrochemie. De wettelijke grenswaarde voor benzeen is de maximaal toegestane concentratie op basis van een achturige werkdag, gemeten in de individuele ademhalingszone van een werknemer. Het uitgangspunt bij vaststelling van de aangescherpte grenswaarde voor benzeen is, dat de gezondheid van de werknemers én hun nageslacht niet wordt benadeeld.

Benzeen meten

Gezien de lage grenswaarde voor benzeen is het toepassen van de juiste meetinstrumenten belangrijker dan ooit. Vanuit arbeidshygiënisch perspectief wordt gesteld dat het meetinstrument op ten minste 10% van de wettelijke grenswaarde dient te kunnen detecteren. Dit maakt dat veel meetinstrumenten ongeschikt zijn geworden voor het meten van benzeen. Betrouwbaar en nauwkeurig benzeen meten is nog wel mogelijk door gebruik van zogenaamde PID-technologie. PID staat voor Photo Ionization Detection, en is een bewezen real-time meetmethode voor vluchtige koolwaterstoffen. Een voorbeeld hiervan is onze UltraRAE 3000 benzeenspecifieke monitor.

UltraRAE 3000

De UltraRAE 3000 is veruit de meest toegepaste benzeenspecifieke monitor, wereldwijd! Benzeen meten is hiermee kinderlijk eenvoudig geworden. De UltraRAE 3000 beschikt over een 9.8 eV PID lamp en kan hiermee een reeks van aromatische koolwaterstoffen detecteren. Middels gepatenteerde SEP-tubes kan gefilterd worden op uitsluitend benzeen. Dit uiterst geavanceerde toestel is in staat om al vanaf een concentratie van slechts 10 ppb (!!) te meten. De lage grenswaarde voor benzeen is dus geen enkel probleem voor de UltraRAE 3000. Niet voor niets is de UltraRAE 3000 dé standaard geworden in de petrochemische industrie. BaSystemen verkoopt, verhuurt dit instrument al enige jaren en is hiervoor een gecertificeerd service center.

Wilt u meer weten over deze benzeenmeter? Klik dan hier!