CO2 meter kopen? De 3 populairste meetinstrumenten

CO2 meter kopen? De 3 populairste meetinstrumenten

CO2 meter kopen? Waar let je op en welk toestel past bij uw toepassing?
Bij BaSystemen krijgen we de laatste maanden steeds vaker de vraag naar meetapparatuur voor CO2 / binnenklimaat. Hoewel er in de eerste maanden van de pandemie vooral werd gestuurd op afstand houden en het dragen van een mondkapje, wordt dit door de overheid inmiddels ook aangevuld met het advies om goed te ventileren. In dit artikel gaat BaSystemen in op de volgende vragen:

  • Wat is CO2?
  • Effecten van CO2 op de mens
  • Wat zegt de Nederlandse regelgeving over CO2?
  • Wat is de correlatie tussen CO2, virusdeeltjes en ventilatie?
  • CO2 meter kopen, waar let je op?
  • De 3 meest geschikte toestellen

Wat is CO2?

CO2 oftwewel koolstofdioxide is een kleurloos en geurloos gas dat wij mensen uitademen. Voor de geïnteresseerden staat in dit artikel helder uitgelegd hoe ons lichaam de zuurstof opneemt in het bloed en weer als CO2 afvoert. Wij ademen maar kleine hoeveelheden uit, maar gedurende de dag kan dit in een kantoorruimte of klaslokaal gestaag oplopen. In een ruimte waar voor een langere periode niemand aanwezig is, wordt de CO2 concentratie uiteindelijk zo goed als gelijk aan de buitenlucht. In de buitenlucht is namelijk een achtergrond concentratie van CO2 aanwezig die gemiddeld gezien rond de 400 ppm (parts per million) ligt. Dat is afhankelijk per regio, zo zal op het platteland de concentratie lager kunnen uitvallen en in industriële gebieden wat hoger. Over de jaren heen stijgt de achtergrondconcentratie van CO2 in de atmosfeer door industrialisering, in 1959 was de concentratie nog 316 ppm (bron: KNMI)

Effecten van CO2 op de mens


Een bekend voorbeeld is het vergaderruimte effect. Dit is een situatie waarin een groep mensen in een vergaderzaal zit, met ramen/deuren gesloten en geen ventilatiekanaal. Het CO2 niveau in de ruimte zal afhankelijk van het aantal mensen en de grootte van de ruimte oplopen en kan van 400 ppm ongemerkt oplopen tot 1500, 2000 of meer ppm. Op deze niveau’s zal je merken dat concentreren lastiger wordt en mensen beginnen te gapen, een raam open doet op zo’n moment wonderen. In dit geval kan een CO2 meter kopen, helpen om een gezond binnenklimaat te monitoren.

400 ppm                      achtergrondconcentratie in de atmosfeer
400 – 1,000                  Gebruikelijke concentratie in gebouwen en ruimten met goede ventilatie
1000 – 2000                 Klachten over moeheid
2000-5000 ppm          Hoofdpijn, slaperigheid, slechte concentratie, verhoogde hartslag of misselijkheid
5,000 ppm                   Nederlandse grenswaarde voor blootstelling op de werkvloer (veiligheid)
40.000 ppm                 Direct schadelijk doordat deze hoge concentratie CO2, zuurstof verdringt.
60.000 ppm                 Verstoring van zicht en gehoor
70.000 ppm                 Overlijden binnen 5 minuten (bij 20,9% zuurstof)

Bronnen: Wisconsin Department of Health

basystemen-co2-meter-kopen-

Wat zegt de Nederlandse regelgeving over CO2?

  1. Zoals hierboven staat vermeld is de Nederlandse grenswaarde 5000 ppm (TGG – 8u). Dat betekent dat op de Nederlandse arbeidsvloer de gemiddelde CO2 waarde waar werknemers over een 8-urige werkdag aan worden blootgesteld de 5000 ppm niet mag overschrijden. In de praktijk gaat het dan niet om kantoorruimtes en scholen, maar om industriële tak waar bijvoorbeeld met CO2 koelingen worden gewerkt en medewerkers een technisch plafond met CO2 leidingen moeten betreden. Een ander voorbeeld is een kippenslachterij waar CO2 in hoge concentraties wordt toegediend om kippen te laten inslapen.
  2. Verder staat er in het bouwbesluit 2012 (Artikel 7.23) genoemd dat een verblijfsruimte in een onderwijsfunctie voor basisonderwijs beschikt over een kooldioxidemeter.
  3. Alle gebouwen, zowel kantoren als scholen hebben zich te houden aan het Bouwbesluit 2012. Hierin staat genoemd (afdeling 3.6.) dat bestaande en nieuwbouw zich hebben te houden aan de gestelde eisen voor luchtverversing.
  4. Ten slotte wordt op veel websites en documenten genoemd dat bedrijven en scholen goed moeten ventileren. Bovenstaande eisen uit het bouwbesluit sturen op de technische aspecten van het ventilatiesysteem. Het RIVM adviseert om CO2 te gebruiken als indicator van de luchtkwaliteit en de mate van ventilatie, waarbij wordt gestuurd op een waarde van 1200 ppm. Dit is niet een waarde die wettelijk is vastgelegd in het arbo-besluit of het bouwbesluit, maar afkomstig uit een onderzoek van het GGD waarin het gedrag van CO2-niveau in een ruimte is vergeleken met de hoeveelheid ventilatie die wél wettelijk verplicht is vanuit bovengenoemd bouwbesluit. De resultaten staan hieronder in de tabel:
  5. Wanneer we punt 4 hierboven samenvoegen met artikel 6.2. Luchtverversing uit het arbeidsomstandigheden besluit is de cirkel rond. Simpel gezegd wordt daarin beschreven dat een werkplek in een gebouw alleen mag worden gebruikt indien het gebouw voldoet aan de bij het Bouwbesluit 2012 gegeven voorschriften.
Ventilatieklasse CO2-gehalte , 98-percentiel (binnen-buiten) CO2-gehalte, 98-percentiel (incl. achtergrondconc.)*
0.           Zeer goed <250 ppm <650 ppm
I.             Goed 250 – 400 ppm 650 – 800 ppm
II.           Matig 400 – 600 ppm 800 – 1000 ppm
III.          Onvoldoende 600 – 1000 ppm 1000 – 1400 ppm
IV.         Slecht > 1000 ppm > 1400 ppm

Correlatie tussen CO2, virusdeeltjes en ventilatie?

De Rijksoverheid en het Rijkinstituut voor Volksgezondheid en Milieu hebben beide artikelen gepubliceerd over ventilatie en de connectie met het coronavirus. Zo heeft de overheid een artikel online staan genaamd het coronavirus en ventilatie in gebouwen. Het stuk dat door het RIVM is geschreven heet ventilatie en COVID-19 en is hier te lezen. Daarnaast hebben het Ministerie van Volksgezondheid, Sport en Milieu, GGD THOR en Techniek Nederland het RIVM verzocht nadere toelichting te geven over de advies gevraagd over verspreiding via de lucht van SARS-CoV-2 over langere afstand en wat voor gevolgen dit heeft voor systemen die het binnenklimaat regelen.

De huidige richtlijnen voor het tegengaan van de verspreiding SARS-CoV-2 zijn gebaseerd op de aanname dat mens-op-mens overdracht van het virus voornamelijk direct plaatsvindt binnen een afstand van 1,5 m via druppelinfectie die vrijkomen bij hoesten en niezen, of indirect via contact met besmette voorwerpen of oppervlakken. Op basis van de huidige inzichten (bericht 28 juli 2020) stelt het RIVM dat het onduidelijk is of virus overdracht via de lucht  een rol speelt in de verspreiding van SARS-CoV-2. Wel is aangetoond dat in experimentele settings de virusdeeltjes meerdere uren infectieus kunnen blijven in de luchtdruppeltjes. Concluderend is er op dit moment nog onvoldoende bewijs of het virus over langere afstand verspreid kan worden, dan daadwerkelijk infectieus is en tot besmettingen kan leiden. Wel is het duidelijk dat efficiënte luchtverversing zorgt voor de verdunning van mogelijk infectieuze luchtdeeltjes, wat de kans op overdracht van virusdeeltjes via de lucht vermindert.

Conclusie vanuit het RIVM en de Rijksoverheid wordt duidelijk aangegeven dat er geen nieuwe regels zijn voor de ventilatie in gebouwen. Wel wordt benadrukt dat in gebouwen voldoende luchtververversing (ventilatie) nodig is, waarbij wordt verwezen naar de huidige regels voor luchtverversing die in het bouwbesluit en de geldende landelijke richtlijnen (bijv. Arbowet) worden genoemd.  Dit verkleint verspreiding van ziekteverwekkers (zoals het corona virus) die luchtweginfecties veroorzaken. Als extra aanvulling vanwege het coronavirus moet rekening gehouden worden met de volgende twee punten:

  • Vermijd een luchtstroom van persoon naar persoon. Bijvoorbeeld van een tafelventilator of een staande ventilator
  • Gebruik van een recirculatie in een ruimte wordt afgeraden (recirculatie is ook luchtverplaatsing en geen luchtverversing)
  • Lucht gemeenschappelijke ruimtes zoals een vergaderruimte bijvoorbeeld tijdens de pauze of na de bijeenkomst als iedereen de ruimte heeft verlaten

CO2 meter kopen, waar let je op? 

Het is lastig om in cijfers na te gaan of een ruimte goed geventileerd is of niet. Onderzoek dat het eerste in aanmerking komt om door GGD’en te worden uitgevoerd, is de CO2-meting. De CO2–concentratie is een goede indicator van andere verontreinigingen die door mensen verspreid worden en een goede indicator voor ventilatie in ruimten waar relatief veel mensen aanwezig zijn. CO2 is makkelijk meetbaar, maar er is ook een hoop apparatuur op de markt dat niet aan de Nederlandse normen voldoet. Daarom is een CO2 meter kopen nog niet zo makkelijk, bij het kiezen van een geschikte en gebruiksvriendelijke meter zijn er een aantal zaken waar je op moet letten:

  • Type sensor
  • Resolutie en meetfout
  • Meetbereik
  • Kalibratiemethode
  • Alarmeringsmogelijkheid
  • Data-logging en uitlezen ervan


Type sensor
Kies voor een NDIR (infrarood) CO₂-sensor. Hierbij is keuze tussen de ‘single beam’ en ‘dual beam’. Het grote verschil is dat een single channel sensor wordt gekalibreerd op basis van een externe referentie, zoals het geval is bij een zelf-kalibrerende functie op basis van gemeten achtergrondwaarden of de kalibratie met een bekende hoeveelheid gas. en bij een dual beam heeft de sensor een interne referentie. Op lange termijn is een single beam voordeliger. 

Resolutie en meetfout
Elk meetinstrument en haar sensor, heeft een meetfout (mate dat het resultaat op het scherm afwijkt van de werkelijke waarde). Voor een CO2-meter met een meetbereik tot 5000 ppm is een aanvaardbare meetfout 50 ppm en een meetbereik tot 10000 ppm is 100 ppm een aanvaardbare meetfout. Echter, fabrikanten weten je soms voor de gek te houden met het woord resolutie. Dit is het aantal getallen dat het instrument weet  aan te geven. Voorbeeld.

Een CO2 datalogger heeft een meetfout van 5% op de meetwaarde en een resolutie van 1 ppm. Door de hoge resolutie van 1 ppm, kan het apparaat 533 ppm aangeven. Echter, door de meetfout van +/- 5% kan de werkelijke waarde variëren tussen de 560 ppm. Eigenlijk dus een leuke toevoeging dat de resolutie 1ppm is, maar met een meetfout die vrijwel elke CO2 sensor heeft, is zo’n lage resolutie niet van toegevoegde waarde. Eigenlijk doet dit onterecht lijken alsof het meetinstrument heel nauwkeurig kan meten. Dit is een punt om kritisch op te zijn wanneer u van plan bent een CO2 meter kopen.

Meetbereik
Het meetbereik is voornamelijk belangrijk om in de gaten te houden met het oog op uw toepassing. Hierbij wordt in de meetapparatuur veelal onderscheid gemaakt tussen veiligheid en gezondheid. Voor de gezondheid (dus een prettig en gezond binnenklimaat) is vaak een meetbereik tussen de 0 en 5000 ppm acceptabel en een meetbereik tot 10000 ppm ruim voldoende. Mocht het meetbereik geen hogere meetwaarden toelaten dan is het niet zaak om naar een ander meetinstrument te kijken, maar veel beter om geld uit te geven aan oplossingen om het CO2 concentratie te reduceren. Voor veiligheidstoepassingen wordt vaak gewerkt met apparatuur die 0 – 20000 ppm of zelfs 0 – 50000 ppm kan meten. Een uitzonderlijk meetbereik is van 0 – 100 vol% en wordt ingezet voor procesmetingen in de biogaswereld of emissiemetingen bij bedrijven.

Kalibratie methode
Een CO2 meter kopen komen een hoop dingen bij kijken, waaronder ook de kalibratiemethode. Door veroudering van de sensor kan namelijk ‘drift’ optreden. Dit is een constante verandering van de meetresultaten, die over verloop van tijd steeds groter kan worden. De kalibratie is dus van belang om juiste meetresultaten te blijven zien. Hieronder staan veelvoorkomende kalibratie principes bij CO2 sensoren opgenoemd:

  • Ijkgas kalibratie – Dit is een handmatige kalibratie uitgevoerd door een producttechnicus. Dit bestaat vaak uit een nulkalibratie waarbij 99,99% stikstof wordt toegediend om het meetinstrument te leren dat dit 0 ppm CO2 is, dus het nulpunt. Vervolgens wordt een vastgestelde concentratie CO2 (bijvoorbeeld 0,5% CO2) toegediend om het instrument te leren dat dit 5000 ppm is. Nu is het apparaat zelf slim genoeg om de overige waarden in het meetbereik te bepalen door middel van de berekende ijklijn.Een ijkgaskalibratie is een geavanceerder type kalibratie wat de nauwkeurigheid van de meetapparatuur aanzienlijk verhoogd. De sensor is namelijk niet meer afhankelijk van de waarden in de omgeving of buitenlucht, maar heeft zelf in het geheugen waarden opgeslagen die gebasseerd zijn op exacte gasconcentraties. Een CO2 meter kopen die gebruik maakt van dit kalibratieprincipe is vaak duurder op de lange termijn in verband met de kalibratiekosten van een externe partij.
  • ABC kalibratie – Dit is een eenvoudige en goedkopere kalibratie, die automatisch wordt uitgevoerd.  ABC staat voor Automatic Baseline Correction en wordt op de achtergrond uitgevoerd. Over het algemeen kalibreert een sensor met dit principe zichzelf eens in de acht dagen, maar dit is afhankelijk van de firmware-instellingen in uw CO2 meter. Het ABC-algoritme werkt door meetgegevens te verzamelen over een periode van 8 dagen en de laagst gemeten waardes te vergelijken met het 400 ppm niveau (achtergrondwaarde buitenlucht), begrijpt de sensor of het nul-punt moet worden aangepast.De theorie hierachter is dat voor binnenklimaat-gebruik op een bepaald moment overdag, ’s nachts of in het weekend een kamer onbezet is en dat het CO2-niveau moet terugkeren naar 400 ppm, hetzelfde als buitenlucht. Door de laagste CO2-metingen die in de loop van de tijd zijn genomen in het EEPROM-geheugen (Electrically erasable programmable read-only memory) op te slaan, kan een kleine afwijking tot 400 ppm worden berekend en vervolgens opgeteld of afgetrokken van de werkelijke CO2-metingen. Door geleidelijk steeds mini-correcties toe te passen houdt de sensor zichzelf stabiel. Het algoritme beïnvloedt niet de lineariteit van het output-signaal.Het voordeel van dit ABC-algoritme is dat dit een goedkopere en eenvoudigere methode is. Door de automatische kalibratie is het weinig onderhoudsgevoelig en kunnen relatief nauwkeurige waarden worden gerealiseerd. Het gevaar zit hem in omgevingen waar ook ‘s nachts of in het weekend wordt gewerkt, dan kan niet gewerkt worden met dit principe. Voor vragen neem daarover gerust contact op met een van onze specialisten.

Alarmeringsmogelijkheid
Een CO2 meter kopen komt vrijwel altijd met een mogelijkheid om te alarmeren bij het bereiken van te hoge alarmwaarden. Hierin is verschil tussen lokaal alarm (piepen en flitsen), een online discreet alarm (bijvoorbeeld via e-mail of sms). Wij zien dat er in de veiligheidssector vaak gewerkt wordt met een lokaal alarm waardoor werknemers direct op de hoogte zijn dat de koolstofdioxide concentraties gevaarlijk worden. Voor binnenklimaat is een e-mail vaak prettig, of een LED indicatie (groen, oranje, rood) als melding dat een docent of kantoormedewerker even een raam open zet om te luchten.

Datalogging en uitlezen ervan                                                      
Je kan een CO2 meter kopen met online functionaliteit waarbij de data automatisch wordt opgeslagen en bijgehouden op het internet. Hierbij krijgt u een inlognaam (e-mailadres) en wachtwoord en heeft u direct een overzicht van alle meetgegevens van de apparatuur die in uw organisatie actief is. Een andere mogelijkheid is dat uw apparatuur geen online functionaliteiten heeft en de data op de CO2 meter wordt bijgehouden. Vervolgens kan deze data uit het apparaat worden gehaald door het toestel met een USB kabel aan de computer de verbinden en handmatig de data te downloaden. De laatste optie is een CO2 meter die helemaal geen meetdata logt en alleen huidige waarden weergeeft.

CO2 meter kopen –  de 3 populairste CO2 meters

basystemen-co2-meter-kopen-kantoor-schoolKIMO HQ210

De KIMO HQ210 is een veelgebruikt meetinstrument voor het meten van binnenklimaat door arbeidshygiënisten en veiligheidskundigen. Het is een professioneel en veelzijdig apparaat dat kan worden gebruikt voor allerlei toepassingen en uitbreidbaar is met een groot scala aan probes. Het is gebruikelijk om met dit apparaat rond te lopen, maar kan ook op een statief met netspanning functioneren als klimaatboom en voor langere periodes weggezet worden. De KIMO HQ210 heeft geen onlinefunctionaliteit en is gekalibreerd met ijkgas.
Deze CO2 meter kopen, huren of bekijken? Klik hier

 

basystemen-co2-meter-kopen-ibs-loggerIBS Logger

De IBS logger is een binnenklimaat logger met onlinefunctionaliteit. Het apparaat is enorm geschikt om binnen bedrijfskantoren of scholen in te zetten voor binnenklimaat metingen gericht op CO2, temperatuur en luchtvochtigheid. De real-time waarden worden op het scherm aangegeven, maar het apparaat kan ook plaatselijk alarm geven door te knipperen. Naast plaatselijk alarm kan de IBS logger een e-mail versturen wanneer een grenswaarde wordt overschreden. Het toestel kan weken lang mee na een laadcyclus en verstuurt zijn data automatisch naar het internet op de achtergrond. Deze CO2 meter kopen, huren of bekijken? Klik hier

 

basystemen-co2-meter-kopen-ibs-loggerAirZenZ-01

De AirZenZ-01 is onze meestgebruikte en goedkoopste oplossing om continu het binnenklimaat in klaslokalen en kantoorruimtes te monitoren. Het apparaat beschikt over sensoren voor CO2, temperatuur, relatieve luchtvochtigheid, lichtintensiteit en atmosferische druk. Door zijn online functionaliteit via het LoRa-Wan netwerk zijn de datakosten bijna verwaarloosbaar en kan de gebruiker via mail meldingen ontvangen wanneer grenswaarden worden overschreden. Daarbij geeft de AirZenZ-01 dit ook aan met LED indicatie (groen, oranje, rood). De alarmgrenzen hiervoor zijn zelf instelbaar. Deze CO2 meter kopen, huren of meer weten? Neem dan contact op met onze specialisten.

 

 

Explosiegevaar meten voor stof en gas

Explosiegevaar meten voor stof en gas

Explosiegevaar meten voor stof en gas

Voornamelijk de chemische industrie, maar bijvoorbeeld ook de voedingsindustrie of zelfs boeren bedrijven hebben te kampen met explosiegevaar. In dit artikel beschrijft BaSystemen kort en krachtig:

  • Gevaren bij
  • Nederlandse regelgeving omtrent
  • Mogelijkheden om vroegtijdig te alarmeren

Basis van een explosie

Bij een explosie verbrandt er in één keer heel veel van een brandbare stof, vaak ontstaat vervolgens brand. De brandbare stof kan een gas zijn, waarbij we spreken van een gasexplosie. Maar de brandbare stof kan ook een wolk stofdeeltjes zijn die ontbrandt, waarbij we spreken van een stofexplosie. Veel voorkomende gassen bij een explosie staan hieronder in de tabel. Bij stof is het risico niet altijd eenvoudig in te schatten.

Gas

Explosiegebied

Methaan (hoofdbestandsdeel aardgas)

4,4 – 16%

Waterstof

4,1% – 74,8%

Propaan

2,1% – 9,5%

Benzine

1,4% – 7,6%

Diesel

0,6% – 6,5%

Butaan

1,8% – 8,4%

Kerosine

0,6% – 4,9%

 

Stof

Melkpoeder

Graan

Meel

Houtstof

Metaalpoeder

Suiker

Kruiden

Voor een explosie zijn namelijk drie basiselementen nodig die hiernaast in de vuurdriehoek staan genoemd. Namelijk:

1) Brandstof

Ten allen tijde moet er voldoende brandstof aanwezig zijn om brand te veroorzaken. Echter aardgas kan branden, maar hoeft net als uit het gasfornuis niet direct te exploderen. Daarvoor moet er aan de lagere explosiegrens worden voldaan die hierboven in de tabel worden genoemd. Maar let op: er mag ook niet te veel brandbaar gas aanwezig zijn. Dat wordt de hogere explosiegrens genoemd die ook hierboven staat genoteerd.

2) Warmte

De ontbrandingstemperatuur is de minimale warmte die nodig is om een stof te laten ontbranden. Bij methaan is dit bijvoorbeeld −188 °C. Elk gas heeft zijn eigen soortelijke ontbrandingstemperatuur.

3) Zuurstof

De derde factor die aanwezig moet zijn voor een ontbranding is zuurstof. Met methaan als voorbeeld is de reactie die dan plaatsvindt: 2 O2 + CH4 -> 2 H2O + CO2.

(4) Ontsteking + kettingreactie

TemperatuurMocht een van bovenstaanden ontbreken (of weggenomen worden) dan gaat het feest niet 
door. Wanneer alle drie aanwezig zijn is een vonkje, vlam of andere ontsteking voldoende om brand of explosie te veroorzaken. Waarbij de reactie genoemd bij punt 3 plaatsvindt en omdat er nu een vlam is, deze reactie in een razend tempo voorzet.

Explosiegevaar in het arbobesluit 

Richtlijn 1999/92/EG (ookwel ATEX 153). Hierin staan de verplichtingen rondom explosiegevaar. In het kort:

  1. De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico’s die daaruit kunnen voortvloeien, worden in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.
  2. Indien kan worden vermoed dat de atmosfeer op een plaats of in een ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, mag de werknemer zich alleen bevinden op die plaats of in die ruimte indien uit onderzoek blijkt dat het gevaar niet aanwezig is.
  3. De werkgever die verantwoordelijk is voor de arbeidsplaats, coördineert de uitvoering van alle maatregelen inzake veiligheid en gezondheid.

ATEX zones moeten duidelijk dus in kaart worden gebracht en duidelijk worden aangegeven. Hier mag ook niet worden gewerkt met apparatuur die niet explosieveilig is. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen drie zones. Namelijk:

  1. Gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;
  2. Gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;
  3. Gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur;

Hierbij geldt: Hoe hoger het getal, hoe kleiner de kans op of duur van een explosieve atmosfeer.


Stofexplosies kunnen nog krachtiger zijn dan gasexplosies. Daarom is het aan te bevelen dat productie- of opslaglocaties van meel,  graan, diervoeders, melkpoeder, houtstof, metaalpoeders enzovoorts de risico’s voor het ontstaan van een stofexplosie in kaart brengen en controleren. Een stofexplosie kan namelijk door de kracht van de eerste explosie meer stofwervelingen creeëren waardoor secundaire stofexplosies kunnen plaatsvinden. Het gevolg is een kettingreactie waarbij de opvolgende secundaire stofexplosies meestal veel zwaarder zijn dan de primaire stofexplosie. De secundaire stofexplosies kunnen zo met hoge snelheid door een heel gebouw razen.
Als er deeltjes kleiner dan 500um aanwezig zijn kan er sprake zijn van stofexplosiegevaar. In de meeste gevallen is een stoflaagdikte van 0,1 mm al voldoende om een ontplofbaar stof-luchtmengsel te creëren. Een praktische richtlijn vanuit ISZW is daarom dat stofexplosiegevaar aanwezig is als men zijn voetstappen op de vloer kan zien. 

Explosiemeters (gas en stof)

Zoals eerder genoemd mag een werknemer – wanneer kans bestaat op brand of explosie – zich alleen in die ruimte bevinden indien uit onderzoek blijkt dat het gevaar niet aanwezig is. Daarom krijgen wij vaak de vraag naar meetapparatuur om lagere explosieniveaus vroegtijdig te signaleren.

Voor gas zijn daar verschillende mogelijkheden voor. Vier veelgebruikte opties zijn hieronder genoemd. Alle toestellen zijn Atex gecertificeerd en zullen in explosieve omgevingen geen ontstekingsbron zijn.

  1. Draagbare enkel- of multigas-detector met LEL-sensor
  2. Multigas-detector met pomp het inspecteren of vrijgeven van risicogebieden
  3. Verplaatsbare gebiedsbewaking met functie om via sms/mail te alarmeren
  4. Stationaire puntdetectie voor continue monitoring van ATEX zones.

Voor het indicatief meten van stof bestaat de Microdust Pro 2. Dit is een indicatieve stofmonitor met een hoog meetbereik in zowel hoeveelheid stofdeeltjes als grootte van de stofdeeltjes. Voor specifieke aanvragen kunt u gerust contact opnemen met onze specialisten.

Casella CEL-712 Microdust Pro II

 

Mestgassen, moderne oplossingen om er veiliger mee te werken

Mestgassen, moderne oplossingen om er veiliger mee te werken

Mestgassen – moderne oplossingen om er veiliger mee te werken

Jaar in jaar uit gebeuren er ongelukken in de sectoren die met mestgassen te maken hebben. Verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie zijn allemaal termen die hier van toepassing kunnen zijn. In dit artikel vertelt BaSystemen kort en bondig: (meer…)

Gas meten in besloten ruimtes

Gas meten in besloten ruimtes

Gas meten – besloten ruimte

Gas meten in besloten ruimtes, misschien wel het meest voorkomende vraag die wij bij BaSystemen mogen beantwoorden. In dit artikel behandelt BaSystemen kort en bondig:

  • Wat zegt de regelgeving over besloten ruimtes?
  • Welke opties zijn er om gas vroegtijdig te detecteren?

Cijfers
Tussen 1998 en 2014 zijn bij ISZW 79 ongevallen in een besloten ruimte gemeld. Slechts 3% van alle slachtoffers kwam de ruimte uit zonder enige vorm van letsel, terwijl 23% kwam te overlijden.

 

Bij een ongeval in een besloten ruimte is men er in 56% van de gevallen niet in geslaagd om gevaarlijke stoffen in de atmosfeer op tijd te detecteren. En dat is de reden waarom deze blog op onze website staat.

Wat zegt de regelgeving over besloten ruimtes?


In het Arbo besluit staat het volgende genoemd:

  1. ‘’Indien kan worden vermoed dat de atmosfeer in een ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, mag de medewerker zich alleen in die ruimte bevinden indien uit onderzoek blijkt dat het gevaar niet aanwezig is.’’.
  2. Indien uit het onderzoek, genoemd in het eerste lid, blijkt dat gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie aanwezig is, worden doeltreffende maatregelen genomen, zodat de medewerker zich zonder gevaren in die ruimte, bedoeld in het eerste lid, kan bevinden.

Simpel gezegd: De medewerker moet een besloten ruimte niet alleen veilig kunnen betreden, maar moet zich daar tijdens het werk ook veilig bevinden. Voor werkzaamheden in een besloten ruimte geldt dus dat er twee dingen moeten worden gemeten.

  1. Voordat iemand naar binnen gaat moet hij/zij met een gasdetector mét pomp een vrijgave meting doen. Hierbij wordt met een slang gedurende een aantal minuten lucht aangezogen voordat er iemand naar binnen gaat. Hierbij is het heel belangrijk dat op verschillende hoogtes wordt gemeten. Gas kan immer zwaarder of lichter zijn dan lucht.
  2. Zodra de ruimte is vrijgegeven kan de desbetreffende persoon naar binnen. Hiervoor bestaan kleinere persoonlijke gasmeters die op de borst kunnen worden gedragen.


Leuk al die regels, maar hoe zit het dan in de praktijk?

In het leeuwendeel van de gevallen die wij tegenkomen voldoet een 4-gas meter.
Daarin zitten sensoren voor Zuurstof (O
2), Explosieve gassen (LEL), Zwavelwaterstof (H2S) en Koolstofmonoxide (CO). Situatieafhankelijk worden ook CO2, PID, NH3 óf andere sensoren toegevoegd. In de regelgeving worden de volgende gevaren genoemd:

  1. Verstikking
    Hierbij gaat het in de praktijk meestal om een tekort aan zuurstof. Is er in jouw situatie kans dat het zuurstof verdreven wordt door een ander gas? Of een kans op chemische reactie zoals roesten, gisten, rotten, uitharden van lijmen/verven, etc. Dan kan je niet uitsluiten dat er verstikkingsgevaar is en zal er gemeten moeten worden.
  2. Bedwelming
    Hierbij gaat het om gassen waardoor je je bewustzijn kan verliezen en inslapen. Bijvoorbeeld Koolstofdioxide.  Moet je een ruimte betreden waar CO2 leidingen lopen naar een koelinstallatie? Dan moet je dit meten voor je naar binnen gaat.
  3. Vergiftiging
    Voorbeelden van vaak voorkomende giftige gassen zijn koolmonoxide en waterstofsulfide. CO komt vrij bij onvolledige verbrandingen (gele vlam) of bijvoorbeeld verouderde motoren in installaties of voertuigen. H2S is een rottingsgas en komt simpelweg vrij als er iets aan het rotten is. Bijvoorbeeld afvalwater in riolen, mest of ander organisch afval.
  4. Brand of Explosie
    Het meest voorkomende gas in de natuur dat brand of explosie kan veroorzaken is CH4, oftewel methaan. Dit komt in veel gevallen samen met H2S, omdat ook CH4 een rottingsgas is. Maar ook uit onze gasleiding thuis komt CH4. Dit wordt gemeten met een LEL sensor.

Maar een LEL sensor meet niet alleen methaan. Afhankelijk van het soort sensor, meten ze vaak ook propaan, butaan, waterstof, pentaan, octaan en een tal andere stoffen.


BaSystemen heeft voor besloten ruimtes meerdere oplossingen die voldoen. Populaire toestellen zijn de MultiRAE Lite, GMI PS200 of Blackline G7c Pump. Neem contact op met onze specialisten voor een passend advies.

Gasdetectie van BaSystemen bekijken >

Kwikdamp Meten

Kwikdamp Meten

Kwikdamp meten


Regelmatig krijgen we vragen over kwik, soms ook wel kwikzilver genoemd. In Nederland worden per jaar enkele tonnen kwik als bijproduct gewonnen bij aardgaswinning.  In dit artikel behandelt BaSystemen kort en bondig:

  • Waar tref je Kwikdamp aan?
  • Wat zegt de Nederlandse regelgeving over kwikdamp?
  • Kwikdampmeter en het meetprincipe

Waar tref je kwikdamp aan?
Kwik is een in de natuur voorkomend element, dat je voornamelijk terugvindt in olie en gas. Zoals eerder benoemd kan er bij winning van olie en gas ook kwik mee naar boven komen in gas- of vloeibare vorm. Niveau’s kunnen variëren van kleine aantallen ppb’s (parts per billion) tot aantallen ppm’s (parts per million). Ook bij steenkoolwinning komt er kwik mee naar de oppervlakte. Echter, de laatste steenkolenmijn in Nederland is tientallen jaren geleden gesloten. De kolencentrales die in Nederland nog operationeel zijn importeren hun kolen uit landen zoals Rusland, Zuid-Afrika, Colombia en de VS.

In de olie en gas industrie wordt tijdens het condensatieproces zoveel mogelijk kwik uit de brandstof verwijderd. Er zijn namelijk situaties waarin kwik een amalgaam vormt met andere metalen zoals aluminium, tijdens het transport door de leidingen. Dit kan vervolgens een gat in de leiding veroorzaken met de gevaarlijke gevolgen van dien. Omdat kwik een extreem toxische stof is, is het samen met Benzeen een van de meest vervelende stoffen waar de O&G wereld mee te kampen heeft. Verdere plekken waar kwik veelal gemeten wordt zijn staalrecycling, koolgestookte energiecentrales, Goud productie en mining, afvalverwerkers en bijvoorbeeld universiteiten en laboratoria.

Regelgeving omtrent kwikdamp

In de industrie worden voor giftige stoffen grenswaarden gehanteerd. Dat zijn de maximale concentraties waarbij er zonder adembescherming mag worden gewerkt. Voor kwik is die grenswaarde 0,02 mg/m3 of 20 μg/m3. Echter deze grenswaarden zijn bedoeld voor volwassenen in bedrijfsmatige omstandigheden en houden rekening met blootstelling binnen werktijd (8 uur per dag / 40 uur per week). In thuissituaties waar kwik is gelekt kan blootstelling nog kritischer zijn.

 

Kwikdamp meten
Bij BaSystemen verkopen, verhuren en onderhouden wij de Nippon EMP-2 draagbare kwikdamp meter en sinds kort de nieuwe Nippon EMP-3. Veel bedrijven in de Olie en Gas wereld kiezen voor deze meter om een aantal redenen. De voornaamste reden is dat het toestel meet doormiddel van atomaire-absorptiespectrometrie in tegenstelling tot het meetprincipe met de goudfolie weerstandsensor van andere apparaten. Door dit meetprincipe raakt de EMP-3 niet verzadigd en kan er real-time continu gemeten worden met extreem hoge nauwkeurigheid. Een bijkomend voordeel is dat het apparaat hoge tolerantie heeft tegen vals-positieven zoals H2S, SO2, NH3, Koolwaterstoffen of vocht en tijdens de meting direct kan verifiëren of een van deze elementen de uitslag verstoord.

Doormiddel van de interne pomp wordt de kwikdamp de meetcel in gezogen. Vervolgens schijnt in de absorptie cel een lichtbron van ultraviolet licht met een golflengte van 253,7 nm. Atomen kunnen straling opnemen en laat nou net Kwik een van de weinige atomen zijn die deze golflengte absorbeert. Helaas bestaan er nog wel interferende stoffen, waarvoor er nog een ZERO-filter is. Grof gezegd is dit een blok met goud waar het gas langs geleid wordt wanneer de gebruiker hiervoor kiest. Kwikdamp hecht immers aan goud. Dit geldt als een validatie of het gedetecteerde gas daadwerkelijk kwikdamp is.

Verdere pluspunten zijn het brede meetbereik van 0 to 2,000µg/Nm3 en de ongekend snelle responstijd van 1 seconde. Bij aansluiting van extra opties kan de EMP-3 worden ingezet om extreem hoge waardes te meten (tot 20.000 μg/Nm3 en eventueel de concentratie van kwik in water te meten. Een aanvullende SGM-9 analyzer geeft bedrijven de mogelijkheid om kwik emissiemetingen uit te voeren in bijvoorbeeld schoorstenen.

Heeft u ook te kampen met kwikproblematiek of vragen over kwikdamp? Bel gerust een van onze specialisten op en zijn delen graag hun kennis en ervaringen.

Nippon EMP-3 Kwikdampmeter

Biogasinstallaties en de arbowet

Biogasinstallaties en de arbowet

Biogasinstallaties en de arbowet

Biogasinstallaties en arbowet. We komen het steeds vaker tegen: Vergisters die op gebied van veiligheid en gezondheid aan de tand worden gevoeld door de inspectie. Begrijpelijk, maar niet altijd even leuk. In dit artikel legt BaSystemen kort en krachtig uit: (meer…)

Containergassen meten

Containergassen meten

Containergassen meten

Naar schatting bevat 5-10% van de vrachtcontainers die Nederland binnenkomen bevat toxische gassen of dampen. In dit artikel vertelt BaSystemen kort:

  • Nederlandse regelgeving omtrent containergassen
  • Gasmeten


Regelgeving


Specifiek voor importcontainers die nog restgassen bevatten bestaat in Nederland geen regelgeving. Echter, de douane moet een FYCO (Fysieke Controle) kunnen uitvoeren op containers, maar eist hiervoor eerst een gasvrijverklaring. Per 01/01/2015 dient dit gedaan te worden door iemand die minimaal gediplomeerd middelbaar gasmeetkundige (MGK) is.

Daarnaast staat in het arbeidsomstandigheden besluit:

  1. ‘’Indien kan worden vermoed dat de atmosfeer in een ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, mag de medewerker zich alleen in die ruimte bevinden indien uit onderzoek blijkt dat het gevaar niet aanwezig is.’’.
  2. Indien uit het onderzoek, genoemd in het eerste lid, blijkt dat gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie aanwezig is, worden doeltreffende maatregelen genomen, zodat de medewerker zich zonder gevaren in die ruimte, bedoeld in het eerste lid, kan bevinden.

In het kort: De medewerker moet de container niet alleen veilig kunnen betreden, maar moet zich daar gedurende het werk ook veilig bevinden. Voor containermetingen geldt dus dat een meting enkel bij het betreden niet altijd volstaat, maar wellicht ook tijdens het lossen metingen moeten worden gedaan verderop in de container.


Wie is hiervoor verantwoordelijk? De ontvanger.

Gasmeten


Wat kom je tegen? Steeds vaker lijkt het te gaan om gassen die in verband staan met het productieproces en tijdens de reis hiernaartoe zijn uitgedampt in de container. De problemen die hieruit voorkomen kunnen zich al uiten bij de loshaven, maar komen door beter afgesloten containers steeds vaker terecht bij de eindbestemming in de logistieke keten. Zij komen vervolgens te zitten met onvoorspelbare en gevaarlijke situaties.

Importcontainers kunnen schadelijke gassen bevatten om de volgende vier redenen:

  1. De gassen zijn bewust in de container gespoten om ongedierte te doden.
  2. Na het productieproces zijn de gassen uitgedampt uit het product.
  3. Tijdens vervoer heeft chemische reactie plaatsgevonden in de container waarbij gassen en dampen zijn vrijgekomen.
  4. Er zijn gevaarlijke stoffen vervoerd waarvan de verpakking is gaan lekken.

Hieronder staan vaak voorkomende gevaarlijke gassen en hun grenswaardes, die in importcontainers kunnen worden aangetroffen:

Gas/damp CAS-nummer Grenswaarde (mg/m3) Grenswaarde (ppm)
Benzeen 71-43-2 0,65 0,2
Formaldehyde 50-00-0 0,15 0,1
1,2,- dichloorethaan 107-06-2 7 1,7
Methylbromide (verboden) 74-83-9 x 0,25
Sulfurylfluoride 2699-79-8 x 3
Chloorpicrine 76-06-2 x 0,1
Koolmonoxide 630-08-0 ? 20
Ammoniak 7664-41-7 14 20
Ethyleenoxide 75-21-8 0,84 0,5
Fosforwaterstof 7803-51-2 0,14 0,1
Tolueen 108-88-3 150 40

 

RAE Systems Zeecontainer Meetkoffer

Dat is mooi, en nu?


U weet zelf het best met welke exporteurs u werkt en of deze al dan niet opzettelijk gas in containers spuiten. Is dit onduidelijk of mocht er de kans bestaan dat pas tijdens vervoer gassen of dampen vrijkomen door een van bovengenoemde redenen, dan bestaan er professionele partijen die de metingen voor u kunnen uitvoeren.
Mocht u liever het heft in eigen handen nemen, dan heeft BaSystemen afhankelijk van het soort containers dat u importeert, samengestelde gasmeetkoffers beschikbaar die kunnen worden gehuurd of aangeschaft voor het meten van containergassen. Leg uw situatie voor bij onze specialisten en we helpen u graag aan geschikte apparatuur. Bezoek voor alle instrumenten onze pagina gasdetectie.

De benoemde regelgeving en grenswaarden in artikel kunnen aan veranderingen onderhevig zijn.

Wilt u meer weten over het meten van gassen of andere onderwerpen? Neem dan gerust contact met ons op.

Welke geluidsmeter past bij mijn toepassing?

Welke geluidsmeter past bij mijn toepassing?

Welke geluidsmeter past bij mijn toepassing?

Je wilt een geluidsmeting gaan doen en bent op zoek naar een meetinstrument die geschikt is voor jouw specifieke toepassing. Wanneer gebruik je welk instrument en aan welke norm moet je voldoen? De apparatuur komt in allerlei soorten en maten, waardoor je door alle opties wel eens het overzicht kwijt zou kunnen raken. In dit artikel maken we een scheiding tussen verschillende meetinstrumenten en beschrijven we wat er vanuit de norm van jullie wordt verwacht.

Arbo-lawaai

Je bent van plan om de blootstelling van medewerkers te gaan meten volgens ISO:9612, hoe ga je te werk? Bij BaSystemen zien wij voornamelijk twee dingen voorbij komen, namelijk dosimetrie en geluidskaarten. Bij dosimetrie wordt gemeten met een dBadge 2 geluidsdosimeter. Dit is een kleine geluidsmeter met een klasse 2 microfoon die op de schouder bevestigd kan worden (het verschil met een klasse 1 microfoon leggen we verderop in dit artikel uit). Hierbij is de microfoon zo dicht mogelijk bij het oor om de blootstelling zo nauwkeurig mogelijk te bepalen. De dosimeter wordt gedurende een 8-urige werkdag gedragen om zo de totale blootstelling tijdens de werkzaamheden te bepalen. Erg geschikt bij het meten van werkzaamheden die elke dag soortgelijk zijn.

Bij werkzaamheden zonder vast patroon is het lastiger om een meting te doen die representatief is voor een ‘gemiddelde werkdag’. We zien dat bedrijven in dit geval vaak geluidskaarten maken. Hierbij wordt met een Klasse 2 geluidsmeter op verschillende plekken van de locatie gemeten om een beeld te schetsen wat het geluidsniveau in een bepaald gebied is. Zo wordt bepaald in welke gebieden gehoorbescherming gedragen moet worden.

Een bijzondere toepassing is schietlawaai. Dit kunnen schietbanen met draagbare projectielwapens zijn of bijvoorbeeld artillerie. Hierbij is het bereik van de geluidsmeter vaak de bottleneck. Meestal stopt het bereik bij 143,5 dB. Een oplossing hiervoor zou een high-range microfoon zijn met een bereik tot 165 dB.

 

Geluidshinder (milieu metingen)


Zoals hierboven genoemd zijn Arbo geluidsmetingen gericht op het beschermen van personeel tegen schadelijk lawaai. Milieumetingen daarentegen, zijn gericht op het meten van hinderlijk geluid. Dit hoeft dus niet direct schadelijk te zijn voor de mensen die hieraan worden blootgesteld, maar kan zeker wel als vervelend worden ervaren. Denk aan snelwegen, luchtverkeer, festivals of bijvoorbeeld een fabriek in een woonomgeving.

In een groot deel van deze toepassingen wordt vereist een meetinstrument met klasse 1 microfoon te gebruiken. Bijvoorbeeld ISO:20906:2009 ‘Unattended monitoring of aircraft sound in the vicinity of airports’ stelt dat moet worden gemeten een meetinstrument die voldoet aan de elektroakoestische specificaties conform IEC 61672-1 voor een klasse 1 geluidsmeter.

Geschikt hiervoor is de Guardian 2 omgevingsmonitor die haar data direct naar het internet stuurt en overal ter wereld kan worden gecheckt. Een handzamere optie is de Klasse 1 geluidsmeter.

 

Ultrasoon geluid


Een vreemde eend in de bijt is ultrasoon geluid. Hierbij gaat het om frequenties die wij mensen niet kunnen horen. Bijvoorbeeld een lekkend pijpleiding waar lucht onder hoge druk vrijkomt. Dit kan gedetecteerd worden met een ultrasone lekdetector. Hierbij staat gehoorschade of hinder dus niet centraal, maar het ontsnappen van grond- of afvalstoffen.

Nog steeds twijfels over het juiste instrument voor jouw toepassing, of andere vragen gerelateerd aan dit artikel? Bel met onze specialisten:

Algemene beoordeling:

Wat is een PID meter?

Wat is een PID meter?

Wat is een PID meter?

Wat is een PID meter? In dit artikel geven we antwoord op deze vraag en leggen we uit hoe een PID meter werkt. Met een Photo Ionisatie Detector kan een grote reeks aan Vluchtige Organische Componenten (VOC) gemeten worden. Met Vluchtige Organische Stoffen (VOS) wordt doorgaans hetzelfde bedoeld. Gassen zoals benzeen, tolueen, xyleen en vinylchloride zijn voorbeelden van VOC/VOS. In de basis kunnen VOC’s herkend worden door de aanwezigheid van koolstof (C) en waterstof (H) elementen in hun chemische structuur. (meer…)

Welk man down systeem werkt nou het best?

Welk man down systeem werkt nou het best?

Welk man down systeem werkt nou het best?

Vandaag de dag werkt men steeds meer en meer alleen. Door continue verbetering van processen, zowel organisatorisch als technisch, is het steeds minder vaak nodig om met meerdere personen een taak uit te voeren. Bedrijven kunnen door deze innovaties excelleren door efficiënter om te kunnen gaan met hun workforce. Met dezelfde hoeveelheid werknemers kan namelijk meer werk gedaan worden. Echter introduceert deze positieve ontwikkeling ook een mogelijk arbeidsrisico, namelijk het toenemen van solitair werken. In dit artikel bespreken we de ins en outs van het alleen werken en wat je als werkgever kunt doen om toch veilig om te kunnen gaan met deze situatie.

Wat is alleen werken?

Er is sprake van alleen werken als een werknemer buiten het gezichtsveld en/of de gehoorsafstand van anderen werkt. Alleen werken komt in meer situaties voor dan je in eerste instantie zou denken. Het is hierbij van belang om te kijken naar de mogelijke risico’s waaraan de alleenwerker tijdens werkzaamheden wordt blootgesteld. Als werkgever is het verstandig alleen werken op te nemen in Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E). Op deze manier kan er systematisch worden gekeken naar de risico’s en de bijbehorende maatregelen.

Er wordt in ieder geval een hoop aandacht gegeven aan alleen werken, bijvoorbeeld door Inspectie SZW (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Zij geven aan dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers op eenpersoonsposten.

Waar wordt er zoal alleen gewerkt?

Er zijn talloze situaties te benoemen waar er mogelijk alleen gewerkt wordt. We noemen er hier een aantal:

  • Operators en monteurs in productieomgevingen.
  • Medewerkers van de bedrijfsbeveiliging.
  • Magazijnmedewerkers.
  • Ziekenhuismedewerkers.
  • Werknemers die alleen op een bouwplaats zijn.
  • (Arbeids)Inspecteurs.
  • Drinkwaterbedrijven en waterzuiveringen.
  • Werknemers van (tank)terminals waar gevaarlijke stoffen opgeslagen worden.
  • Telecom- en antennebedrijven waar op hoogte wordt gewerkt.
  • Windmolen-industrie.

Is een man down systeem verplicht?

Dan de hamvraag, is het toepassen van een man down systeem verplicht? Nee, dat is het niet. We adviseren altijd om volgens de arbeidshygiënische strategie te werk te gaan, en dat begint bij bronaanpak. Het is belangrijk om eerst alle opties bij langs te gaan alvorens over te gaan op het aankopen van slimme persoonsalarmering. Echter zien we in de praktijk dat het niet altijd even makkelijk is om voor bepaalde risicovolle activiteiten een tweede werknemer vrij te spelen, of het risico (gevaarlijke stoffen, explosiegevaar,  elektriciteit, hoge druk, hoge temperatuur, valgevaar etc.) te elimineren. Dit is één van de redenen waarom veel bedrijven er wel voor kiezen om te investeren in goed werkend man down systeem. Mocht uw collega de term omvalbeveiliging gebruiken heeft hij of zij het hoogstwaarschijnlijk over hetzelfde.

Wel of geen man down app gebruiken?

We zien dat softwarebedrijven zich nu ook bezig gaan houden de veiligheid van alleenwerkers. De toename van beschikbare apps binnen de appstore van Android (Google) of iOS (Apple) is niet meer bij te houden. We krijgen als specialist in meetinstrumenten voor arbo, milieu en veiligheid dan ook geregeld de vraag of een man down app geschikt is. Ons antwoord: dit hangt er helemaal vanaf. Wij geloven dat man down apps bijvoorbeeld erg geschikt zijn voor de minder risicovolle situaties waarin men alleen werkt.

Voor meer risicovolle situaties zijn er verschillende redenen om geen app te gebruiken:

  • Een man down app die continu gebruik maakt van GPS voor locatiebepaling heeft een grote belasting op de accu van een smartphone, zeker als deze de gehele werkdag aan staat. En als de telefoon leeg is, wat dan?
  • In situaties waarbij explosieveilige (ATEX) apparatuur benodigd is. Er zijn enkele ATEX smartphones op de markt, echter erg kostbaar en ook hier geldt het eerder genoemde punt voor wat betreft accuduur.
  • Een gebruikte smartphone is veelal uitgerust met een SIM-kaart van één provider zoals Vodafone, T-Mobile of KPN. Als er veel buiten in het veld alleen gewerkt wordt kan het zijn dat er op een bepaalde plek slecht bereik is met de ene provider, en een beter bereik met de ander.
  • Robuustheid. Een smartphone is vaak niet zo robuust en daarom niet geschikt voor zware werkzaamheden. Wat als het toestel valt?
  • Waterbestendigheid. De meeste smartphones zijn niet waterbestendig en daardoor niet geschikt voor toepassingen waarbij men mogelijk in aanraking komt met water. Alleen de meest dure (flagship) toestellen van Samsung en Apple zijn waterbestendig.
  • Noodknop. In geval van een calamiteit wil je snel kunnen handelen en zelf alarm kunnen slaan. Dan is een smartphone met een touchscreen niet zo handig..

Tegenwoordig zijn er robuuste en betrouwbare man down systemen die voorzien zijn van een omvalbeveiliging, mobiele communicatie en locatiebepaling. Hieronder meer!

(Slimme) technologie

Tegenwoordig hebben fabrikanten van man down systemen de beschikbaarheid uit vele technologieën die een man down systeem betrouwbaar maakt. Een ATEX certificering geeft aan dat een product intrinsiek veilig is. Het begrip ATEX omvat alle situaties waar er een kans bestaat op gas- en stofontploffingsgevaar. ATEX is een afkorting van de Franse woorden ATmosphere EXplosible uit de Europese richtlijnen van explosieveiligheid.Met een ATEX gecertificeerd man down systeem ben je ervan verzekerd dat de gebruikte persoonsalarmering geen ontstekingsbron kan zijn voor een gas- of stofexplosie. Controleer altijd even of de certificering (zones) toereikend is voor de situatie.

Met een GPS/GNSS module wordt de locatie van de alleenwerker nauwkeurig bepaalt. Dit is erg handig in geval van calamiteit, zodat de alarmopvolgers de persoon in nood ook snel en adequaat kunnen lokaliseren. Let wel, locatiebepaling op basis van GPS/GNSS werkt alleen betrouwbaar als er buiten alleen wordt gewerkt! Voor inpandige toepassingen bestaan zogenaamde beacons. Beacons zijn indoor locatie bakens die je overal door een gebouw kunt plaatsen. Elke beacon is voorzien van een eigen identificatie en ingestelde locatie, waardoor er in geval van een calamiteit via het man down systeem de dichtstbijzijnde beacon mee wordt gerapporteerd.

Met multi-roaming SIM-kaarten is het eerder genoemde nadeel van afhankelijkheid van één telecomprovider opgelost. Speciale SIM-kaarten die worden gebruikt in onze man down systemen hebben de mogelijkheid om overal ter wereld het sterkste mobiele netwerk te selecteren. Hierdoor worden situaties waarbij er geen tot slecht bereik is geminimaliseerd.

Blackline Safety G7c

De Blackline Safety G7c is het meest complete man down systeem dat momenteel beschikbaar is op de markt. Het is een alles-in-1 persoonlijke monitor voorzien van slimme persoonsalarmering op basis van valdetectie, bewegingsdetectie, noodhendel en meer. Ook beschikt de Blackline Safety G7c over een multi-roaming SIM-kaart die werkt over de gehele wereld. Een ATEX zone 0 certificering maakt dat het toestel in alle situaties gebruikt kan worden. Een IP65 rating zorgt voor een adequate spatwaterdichtheid. Optionele gasdetectiesensoren maken het dragen van meerdere apparaten overbodig. Een gasdetector, man down systeem en portofoon in 1. Want de G7c is ook voorzien van push-to-talk, een functie om tussen de gebruikers met een druk op de knop (als een portofoon) te communiceren.

TWIG Embody

De TWIG Embody is het meest compacte man down systeem van een gerenommeerd merk. TWIG is een Finse fabrikant van slimme persoonsalarmering en heeft met de TWIG Embody een oplossing voor vrijwel elke toepassing waarin er alleen gewerkt wordt. De Embody is IP67 spatwaterdicht en beschikt net als de G7c over meerdere omvalbeveiliging-functies zoals valdetectie, bewegingsdetectie en een noodknop. De TWIG Embody is zo klein dat deze op verschillende manieren te dragen is, bijvoorbeeld aan de pols als een horloge, aan een badgehouder om de nek, aan de broek met een karabijnhaak of clip om aan de jas of broekzak te bevestigen.

Voor meer informatie over één van deze man down systemen, neem contact met ons op!

Elektromagnetische velden meten

Elektromagnetische velden meten

Elektromagnetische velden meten

Door de opkomst van nieuwe communicatietechnologieën krijgen wij steeds vaker vragen over elektromagnetische velden. Tevens komen we door wetenschappelijk onderzoek steeds meer te weten over de effecten van blootstelling aan dit fenomeen. In deze blog leggen we je uit wat elektromagnetische velden zijn, en hoe je deze betrouwbaar kunt meten!

Wat zijn elektromagnetische velden?

Tegenwoordig vind je elektromagnetische velden overal. Overal waar sprake is van elektrische stroom of zendsignalen ontstaan elektromagnetische velden. Elektromagnetische velden wordt in de volksmond ook wel elektromagnetische straling genoemd.

Een elektromagnetisch veld bestaat uit een elektrisch veld en een magnetisch veld. Elektrische velden ontstaan bij de productie, het transport of het gebruik van elektriciteit. De elektrische veldsterkte wordt uitgedrukt in Volt per meter (V/m). Een magnetisch veld ontstaat als er daadwerkelijk een elektrische stroom loopt. Een bekend voorbeeld om dit toe te lichten is die van de lamp. Als een lamp aangesloten is op het stopcontact is er sprake van een elektrisch veld. Als de lamp aangezet wordt en brandt, ontstaat er ook nog een magnetisch veld. De magnetische veldsterkte wordt hoofdzakelijk uitgedrukt in microTesla (uT), een miljoenste deel van een Tesla.

Zijn elektromagnetische velden gevaarlijk?

Om antwoord te kunnen geven op de vraag of elektromagnetische straling gevaarlijk is, kunnen we het beste verwijzen naar de ICNIRP, the International Commission for Non-Ionizing Radiation Protection. ICNIRP is een onafhankelijke organisatie die wetenschappelijk advies geeft op het gebied van gezondheidskundige en milieukundige effecten van non-ioniserende straling. Elektromagnetische straling valt binnen deze categorie. ICNIRP geeft advies op het limiteren van blootstelling door grenswaarden en artikelen te publiceren die gebruikt worden door internationale instanties zoals de WHO (World Health Organization). ICNIRP is onafhankelijk van commerciële en politieke belangen en is hiermee een pure kennisbron binnen dit vakgebied.

Het feit dat er grenswaarden opgesteld zijn voor elektromagnetische velden geeft aan dat er sprake kan zijn van ‘teveel’. Wat te veel elektromagnetische straling is, verschilt echter per frequentie. De frequentie zegt iets over het aantal richtingswisselingen per seconde in het geval van wisselstroom (AC), en wordt uitgedrukt in Hertz (Hz). Gelijkstroom (DC) is dan ook 0 Hz.
Per bron van elektromagnetische velden (bijvoorbeeld een lasapparaat, een MRI scanner of een antenne) is de frequentie anders. ICNIRP heeft dan ook een grenswaardes gedefinieerd per frequentie. Lage frequenties (bijvoorbeeld hoogspanningslijnen), kunnen zintuigen of zenuwen prikkelen bij overmatige blootstelling. Hoge frequenties (zoals die van zendmasten) kunnen het menselijk lichaam (of delen ervan) opwarmen. Dit noemen we de directe effecten bij blootstelling aan elektromagnetische velden. Momenteel wordt er door wetenschappers onderzocht of langdurige blootstelling ook nog tot andere gezondheidseffecten kunnen komen.

Meten van elektromagnetische velden verplicht?

Het korte antwoord: JA! Op 1 juli 2016 is de Europese Richtlijn genaamd 2013/35/EU van kracht geworden. Dit betekent dat alle lidstaten van de Europese Unie hieraan dienen te voldoen. In de 2013/35/EU richtlijn staan de minimumvoorschriften beschreven inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van elektromagnetische velden.

Met de komst van de 2013/35/EU richtlijn zijn ook nieuwe grenswaardes (ook wel actiewaardes genoemd) gedefinieerd, die verschillen van datgene wat ICNIRP voorschrijft. Voor landen binnen de Europese Unie dient de 2013/35/EU te worden toegepast bij de beoordeling van blootstelling op de arbeidsplaats.

Heel letterlijk genomen is meten niet verplicht, het inventariseren en beoordelen van de blootstelling daarintegen wel. Er zijn alternatieven zoals het theoretisch bepalen van blootstelling, maar dit blijkt nog zeer complex te zijn. Meten geeft vrij gemakkelijk inzicht en geeft de beoordelaar (een veiligheidskundig of gezondheidskundig consultant) een beter ‘gevoel’ van de situatie. Het enige wat belangrijk is, is dat de juiste meetapparatuur wordt gebruikt die conformeert aan de genoemde standaarden.

Link naar de Europese Richtlijn

Wavecontrol SMP2 Alles-in-1 Veldsterktemeter

Wavecontrol is een Spaanse fabrikant van veldsterktemeters die ontwikkeld zijn om blootstelling aan elektromagnetische velden in kaart te brengen. De SMP2 is een handzaam meetinstrument die met behulp van diverse probes in staat is om de veldsterktes te meten van 0 Hz (DC) tot wel 40 GHz. Zowel de 2013/35/EU en ICNIRP grenswaarden zijn ingebouwd in de firmware van het meetapparaat, wat betekent dat de gebruiker direct kan toetsen aan de gestelde grenswaarden. Dit is zeer prettig, aangezien de grenswaarde per frequentie verschilt. De SMP2 beschikt over een datalogger en software om rapportages te genereren uit de gemeten data. BaSystemen is de trotse partner van Wavecontrol voor de Nederlandse markt en hoopt hiermee bij te kunnen dragen aan een veilige en gezonde werkomgeving.

Face fit testen? Hoe werkt dat?

Face fit testen? Hoe werkt dat?

Face fit testen? Hoe werkt dat?

Beginnen met face fit testen? In dit artikel leggen we je uit hoe dat precies in zijn werk gaat. Ook geven we je een aantal handige tips mee om het face fit testen nog makkelijker te maken.

Wat is een face fit test?

Face fit testen is het testen van de pasvorm van een specifiek masker op het gezicht van de drager van het adembeschermingsmiddel. Elk gezicht is anders, dus het is niet zomaar aan te nemen dat één type masker goed past op het gelaat van elk van uw medewerkers. Het zekerstellen van de juiste ‘fit’ is uitermate belangrijk voor de bescherming van uw medewerkers. Het dragen van een adembeschermingsmiddel doe je namelijk niet zonder reden, maar om mogelijk aanwezige blootstelling tot een minimum te reduceren.

Er zijn verschillende adembeschermingsmiddelen op de markt, zoals wegwerpmaskers (uitgedrukt in FFP1, FFP2 of FFP3 beschermingsklasse), halfgelaatsmaskers en volgelaatsmaskers. Ook CBRN (militaire) gasmaskers, PAPR’s (Powered Air-Purifying Respirators) en SCBA’s (Self-Contained Breathing Apparatus) zijn vormen van ademhalingsbescherming waarbij de adequate pasvorm essentieel is.

Is face fit testen verplicht?

Face fit testen is in Nederland anno 2019 enkel verplicht in de asbestsector. Dat wil zeggen, elke professional die in aanraking komen met asbest bij inspectie en/of sanering en ademhalingsbescherming draagt, dient een face fit test te ondergaan. De Stichting Ascert voert op basis van een convenant met het Ministerie van SZW een aantal taken uit in het werkveld asbest. Een van hun taken is het toezien op het uitvoeren van face fit testen. Bij dragers van volgelaatsmaskers is het de verplichting om jaarlijks te face fit testen.

Ook in andere sectoren is face fit testen steeds belangrijker aan het worden. Bedrijven in de Olie & Gas en Chemie nemen hierin veelal het voortouw. Ook brandweer Nederland is zich bewust van de noodzaak van face fit testing. Internationaal wordt bevestigd dat dit één van de belangrijkste aspecten is binnen het adembeschermingsbeleid van bedrijven. De Occupational Health & Safety Administration (OSHA), de Health & Safety Executive (HSE) en Centers for Disease Control and Prevention (CDC) zijn het hier unaniem over eens. In onder andere de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is face fit testen een verplichting voor elke gebruiker van adembescherming!

Kwantitatief of kwalitatief face fit testen?

Face fit testen kan zowel kwalitatief als kwantitatief. Volgens het HSE 282/28 (meest toegepaste face fit test protocol in Nederland) is kwantitatief face fittesten verplicht voor alles behalve wegwerpmaskers. Dient er namelijk betere ademhalingsbescherming gedragen te worden, is de juiste pasvorm nog belangrijker! Kwalitatief face fit testen gebeurt middels een subjectieve proef waarbij de testpersoon dient aan te geven of hij of zij het testmiddel (bijvoorbeeld een zoetstof) kan proeven terwijl het masker gedragen wordt. Kwantitatief face fit testen gebeurt door een objectieve methode, namelijk het meten van het aantal partikels buiten het masker versus het aantal partikels binnen het masker. Door deze twee hoeveelheden door elkaar te delen ontstaat een zogenaamde Fit Factor. Een verhouding die kwantificeert hoe goed de pasvorm daadwerkelijk is voor de specifieke combinatie persoon X + masker X. Hoe hoger de Fit Factor hoe beter. Het HSE 282/28 protocol schrijft een minimale Fit Factor van 100 voor, bij gebruik van wegwerpmaskers en halfgelaatsmasker. Alle beter beschermende middelen zoals een volgelaatsmasker en SCBA, dienen een minimale Fit Factor van 2000 te behalen.

Het HSE 282/28 protocol schrijft een gestandaardiseerde face fit test voor. Een officiële face fit test bestaat uit zeven activiteiten, die voor kunnen komen tijdens een werkdag. Normaal en diep ademen, hoofd bewegen, praten maar ook het voorover buigen komt voor in de test. Op deze manier kan een zo eerlijk mogelijk beeld worden verkregen van de Fit Factor.

AccuFIT9000 Face Fit Tester

Met de AccuFIT9000 haalt u de meest moderne kwantitatieve fit tester in huis. Kwantitatief fit testen wordt voorgeschreven door onder andere NIOSH en OSHA. Het meetprincipe wat wordt gehanteerd staat bekend als CPC, ofwel Condensation Particle Counting. Internationaal wordt deze als de meest accurate en representatieve methode gezien. Het uitvoeren van een kwantitatieve fit test kan middels verschillende protocollen. De meest toegepaste in Europa is het zogenaamde HSE protocol (HSE 282/28). Ook wordt het OSHA protocol regelmatig gebruikt, met name door internationale bedrijven met komaf uit de Verenigde Staten. Wilt u meer weten over dit innovatieve meetinstrument? Neem dan contact met ons op, zodat onze specialisten u kunnen helpen!